5 maart 2025

Werk gebiedsgericht in het UPLG!

Op woensdag 5 maart spraken we in de commissie Landelijk Gebied, Water (Bodem) en Milieu weer over het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Hieronder leest u de visie van de SGP over het onderwerp van deze bespreking!

"We moeten als provincie met hen in vertrouwen samenwerken. Blijf daarom niet hangen in het “hoe”,  maar heb vooral oog voor resultaat."

  • De SGP vond de stukken interessant, maar heeft een aantal aandachtspunten. Allereerst over de omgang met de doelen van het UPLG. Zo hebben we de vraag: waarom generieke doelen? Het antwoord wordt dan gegeven dat het tot onderlinge frictie kan leiden en dat we dat daarom niet moeten doen of dat het veel werk is. De SGP vindt dit geen reden om niet ruimtelijk te differentiëren. We weten uit onderzoeken van de Universiteit van Amsterdan dat de meeste stikstof die de landbouw uitstoot binnen ongeveer 250 m tot maximaal 500 m van Natura 2000-gebieden neerslaat of herleidbaar is. Moeten we dan daar niet juist op focussen en daar ook op richten om een groot rendement op de natuurgebieden te halen?                                                                                                                          En hoe gaat de gedeputeerde dan zorgen dat dit inzicht ook in het UPLG landt, in plaats van dat we blijven werken met een generiek reductiedoel. Piekbelasters op afstand uitkopen heeft wienig zin, dat is eigenlijk weggegooid geld; doe het gebiedsgericht en op maat. Combineer die Rijksregelingen die er nu zijn dan ook vooral rond die zones van de Natura 2000-gebieden.
  • Het tweede punt gaat over die 40 kilogram uitstoot. Is dat een haalbaar doel voor de boeren of zijn er tussendoelen nodig? En vanaf wanneer geldt dit? Is het doel niet te vroeg voordat innovaties geborgd zijn, want eigenlijk zijn er heel weinig innovaties geborgd. Moeten we dat spoor niet intensiveren, voordat dat een serieus doel wordt? En hoe past dit in het spoor van de borging van innovaties. De huidige doelen zijn sterk gebaseerd op het gebruik van Aerius. Volgens de SGP moeten we daar zo snel mogelijk vanaf, want dat is een onbetrouwbaar model als je kijkt op bedrijfsniveau. Dit totaal onbetrouwbare model gaat uit van een "deken", terwijl we in het onderliggend OPS-model (Operationele Prioritaire Stoffen) duidelijk een NH3 piek zien en dus ook de NH3 gericht kunt aanpakken.
  • Het derde punt gaat over het antwoord op de vraag van de PvdD voor deze commissievergadering en gaat ook over de commissie MER (commissie voor de Milieueffectrapportage) en het mogelijk afwijken van de aanbevelingen daarvan. Het is nu juist heel belangrijk om gebiedsspecifieker te gaan kijken wat er nodig is om dingen te halen, omdat we in Utrecht heel erg in het “hoe” blijven hangen en niet in het “wat” willen verzinken en het niet duidelijk in beeld brengen. Maar als je duidelijker in beeld wilt brengen wat er moet gebeuren, dan moet je wel gebiedsspecifieker worden! De “plusjeslijst” zegt nu dat de doelen overal gelden, behalve als het niet van toepassing is. Hierin is echt meer maatwerk nodig wil het UPLG houvast vormen op het grondvlak waar de veranderingen moeten plaatsvinden. Het klinkt voor veel deelnemers nog te generiek wat er moet gebeuren in de gebieden die juist heel specifiek zijn.
  • Het vierde punt is het doel van de vierde pijler: de toekomst van de landbouw lees ik nog nergens concreet gemaakt terug. Waar blijft dit en wanneer kunnen we hier meer over horen zodat dit ook concreet gemaakt kan worden in de gebiedsprocessen en het UPLG?
  • Het laatste punt is dat het UPLG moet van de commissie MER geen processtuk blijven, maar noet maatregelen in lijn brengen met de realisatie van doeln. Ga vooral in het UPLG resultaatgericht aan het werk. Boeren zijn resultaatgericht en de procesgang werkt daarin nog weinig vertrouwen. We moeten als provincie met hen in vertrouwen samenwerken. Blijf daarom niet hangen in het “hoe”,  maar heb vooral oog voor resultaat.