14 januari 2026
UPLG- Behoud onze boeren!
"Wij vinden als SGP dat je als boer je boterham moet kunnen verdienen met een agrarisch bedrijf. Dát moet het uitgangspunt zijn."
Het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daar is hij dan. Waar het doel was ooit de natuur te verbeteren, hoorden we in de media vooral de leus: “Utrecht van het slot!” En dat blijkt op zijn minst onzeker, zolang de rechtspraak blijft zoals 'ie is. Wat wel zeker is voor de boeren, onder meer in Westbroek, die een brief kregen, is dat hun bedrijf op slot gaat. Wat een impact! En wat professioneel hoe men de gevoelens die dit oproept, heeft geuit. Vaak al enorm aangepast aan de omstandigheden, wordt hen toch aangezegd dat boeren op die plek niet kan. Wij vinden als SGP dat je als boer je boterham moet kunnen verdienen met een agrarisch bedrijf. Dát moet het uitgangspunt zijn. De huidige voorstellen maken dat bijna onmogelijk voor grote groepen boeren. Illustrerend is daarbij de opsomming van regelingen die bijdragen aan een duurzaam en rendabel bedrijf op pagina 6 van het oplegmemo bij de rapportage over de economische impact melkveebedrijven van de Wageningen University & Research (WUR):
- Gebiedsgerichte veehouderijbeeindiging, ruimte voor vrijkomende agrarische bebouwing, PAS-melders verplaatsen, omschakelen, beeïndigen, landelijke opkoopregeling en de nationale en provinciale grondbank.
Tot zover rendabele en duurzame bedrijven die in de voedselvoorziening een rol spelen. Al bij het coalitieakkoord hebben VVD en CDA de landbouw ondergeschikt gemaakt aan omgevingsnormen, terwijl het gaat om boeren in balans met de leefomgeving. De politieke keuze om hiermee in te stemmen, is de basis voor dit eenzijdige beleid. In de afspraken destijds is economisch rendabele landbouw als kader meegegeven. Hoe past een inkomensverlies van 12.000 tot 200.000 euro hierbij?
Wat we zien, is dat een gedeeld uitgangspunt ontbreekt. Niet alleen bij de boeren, maar ook voor ons zijn uitgangspunten niet herleidbaar. Natuurdoelanalyses (NDA’s) geven zelf bijvoorbeeld aan voor een groot aantal gebieden dat er geen karteringen aanwezig zijn van de T=0-situatie. In het UPLG staat vervolgens dat er verslechtering optreedt. Dat vroegen we nog eens na met technische vragen en het werd bevestigd. Als dat het uitgangspunt is, heeft feitelijke discussie weinig zin. Ga daarom net als in het debat over de Kaderrichtlijn Water (KRW) samen op 'fact finding mission'. Had daar de afgelopen jaren sterker in benut. Veel boeren zeggen ook: als het vast staat dat dit of dat de oorzaak is gaan we er aan werken met elkaar. Dat is de kracht van gebiedsprocessen die nu weer teruggezet worden in ambitie en bezieling.
"Hoe biedt de gedeputeerde met dit plan perspectief voor een sector onder vuur?"
Voorzitter, als SGPzien we wel mogelijkheden om de gedeputeerde verbeteringen mee te geven voor het plan.
- In het plan zitten nog veel rafelrandjes die niet zijn afgehecht en tot breed ongenoegen leiden. Neem de vrije uitloop-sector, de bio-sector en de fruitteelt. Kan de gedeputeerde toezeggen dat de open einden wel voor het definitieve plan worden dichtgehecht in overleg met deze sectoren?
- Een openstaand punt is dat er geen borging voor PAS-melders en knelgevallen is opgenomen als primaire groep waar stikstofruimte naartoe kan, zodra er gesaldeerd kan worden. Hoe kunnen we dit wél borgen in het UPLG, zodat deze bedrijven toch bewegingen kunnen maken waar ze nu volledig vast zitten. Waar is de borging in het plan voor deze bedrijven? En waar is de aanpak zoals in Montfoort wordt opgepakt?
- Uit antwoord op schriftelijke vragen blijkt dat het College voornemens is alleen percelen natuur minnelijk te onteigenen. Hoe wordt hierin beoordeeld wat de effecten zijn op de bedrijfsvoering van een agrariër die daardoor geraakt wordt? En wordt dan eventueel het gehele bedrijf verplaatst of onteigend?
- De generieke uitstootnorm van 40 kg per hectare hangt boven de boerensector. De SGP schrok van het gemak waarmee een potentieel grote groep mensen in het onzekere komen. Een nauwkeurige berekening en de toelating van innovatie hierin zijn van belang voor het behalen en monitoren van de doelen. De gekozen monitoringsmethode leidt tot een sterke beperking in bedrijfsvoering via de kringloopwijzer. Kan de gedeputeerde meer ruimte in het UPLG creëren om nieuwe innovaties mee te laten tellen? In de technische beantwoording lijkt die ruimte er, maar vooral als het juridisch borgbaar is. Kan GS zich extra inzetten hierin snel stappen te zetten, omdat er maar drie jaren zijn tot het toetsmoment? En in het kader daarvan: is het niet beter deze jaren iets te verlengen om zo ook natuurlijk verloop een betere plek te geven?
- Als het gaat om de essentiele percelen natuur, is de keuze die gemaakt is in het Binnenveld voor ons niet te begrijpen. Ja de Goede Troost, het gebiedje waar het om gaat, is al heel lang in beeld geweest voor natuur, maar uitgerekend daar zijn natuurgronden geruild voor landbouwgronden in de pas afgeronde ruilverkaveling. De eerstvolgende aanwijzing landt vervolgens in dat gebied. Onuitlegbaar als je het beschouwt vanuit connectiviteit, omdat aan de Gelderse kant de connectiviteit ingericht is. Blauwgraslandsoorten verspreiden zich daar, alleen veenmosrietlanden niet, maar die zijn nauwelijks te onderhouden waar ze wel liggen. De SGP zou daar graag een herziening op zien.
- De fruitteelt wordt sterk beperkt, zeker rond Natura 2000-gebieden en drinkwatergebieden. We zien dat sommige teelten niet zonder gewasbescherming kunnen. Dat kunnen we wel nastreven, maar dat kan niet. HAK heeft het laten zien. Zij hebben de ambitie van 100% biologisch aangepast naar 15%, omdat er geen controle was op plagen. Dat soort signalen moet ons realistisch maken in datgene wat we wel kunnen behalen met behoud van productie. Is GS bereid om doelen richtinggevend te maken zonder dat het kind met het badwater wordt weggegooid?
- Kan GS bevestigen dat maximaal 10% in 2050 aan landbouwgrond verloren gaat? Laten we dat dan ook in het UPLG en de Omgevingsvisie als kader hanteren.
- Normeringen voor de Kaderrichtlijn Water worden sterk leidend in de bedrijfsvoering. We hebben ook gemerkt dat natuurlijke bronnen aan de landbouw worden toegerekend, en zien dat hogere waterpeilen om meer water vragen. Dat houdt in dat er meer water moet worden ingelaten in droge periodes. Hoe kun je een polder afrekenen op waterprestaties als het afhankelijk is van inlaatwater?
- Gemeenten zijn meegenomen in de planvorming. Echter tussen 90% versie en het ontwerp is een fors verschil aangebracht waar gemeenten geen hoogte van hadden. Is de gedeputeerde bereid de inbreng van gemeenten extra te wegen in de zienswijzen om iets van de één-overheidsgedachte te herstellen? Hetzelfde geldt voor boerenorganisaties die betrokken zijn, maar erg weinig terug zien.
- Hoe voorziet het UPLG in een sterke landbouwstructuur conform de visie landbouw? Een sterke landbouwstructuur wordt gedragen door sterke bedrijven. Een sterk platteland wordt bepaald door sterke familiebedrijven. Betekent het UPLG niet dat we alleen maar schaalvergroting faciliteren en de familiebedrijven verdwijnen?
- Volt vroeg of de MOB had meegesproken over dit beleid. Het technische antwoord kwam ontwijkend over. Heeft de MOB hierover meegesproken? Hebben zij eerdere versies ingezien? Ik verwacht hier een duidelijk antwoord op.
- Hoe biedt de gedeputeerde met dit plan perspectief voor een sector onder vuur?
- De laatste vraag gaat over het vaststellen van de Zienswijzen t.a.v. het UPLG. Gezien de impact en belangen, en in acht nemend het derde bullit uit het Statenvoorstel essentiële percelen, willen wij vragen de nota van beantwoording door Provinciale Staten vast te laten stellen.