14 oktober 2026

Reactie SGP op vaststelling Utrechts Programma Landelijk Gebied

Op 14 juli 2026 hebben de Gedeputeerde Staten van Utrecht het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) vastgesteld. Het UPLG bevat maatregelen rondom water en bodem, natuur, klimaat en landbouw voor de periode 2026-2035 en heeft grote gevolgen voor met name de agarische sector. Omdat het UPLG juridisch gezien een 'programma' onder de Omgevingswet is, moest het worden vastgesteld door de Gedeputeerde Staten in plaats van door de Provinciale Staten. In de commissievergadering van 14 oktober was er nog wel ruimte voor de partijen om hun visie hierop te delen. Lees hieronder de bijdrage van onze fractievoorzitter Bertrick van den Dikkenberg in het debat hierover.

'De 1700 inspraakreacties zijn binnen de gestelde termijn beantwoord, maar de beantwoording is zodanig algemeen dat men niet de indruk heeft gehoord te zijn.'

Voorzitter, 

Eigenlijk spreken we niet over vastgestelde programma’s. Maar het programma van vandaag vraagt hier wel om. We spreken vanuit de SGP dan ook over vier onderwerpen. 

  • Participatie

De woorden van de gedeputeerde zijn mooi in het voorwoord. Als iedereen zich maar gehoord voelt, ondanks dat wellicht niet alles van de inspraak kan worden verwerkt in het programma, is het voor hem goed. Juist daar wringt de schoen. De 1700 inspraakreacties zijn binnen de gestelde termijn beantwoord, maar de beantwoording is zodanig algemeen dat men niet de indruk heeft gehoord te zijn. De samenwerking was er, maar vanaf de 90%-versie van het UPLG zijn de sector en gemeenten de Provincie kwijt. De terugkoppeling is daarin ook onvolledig en zoals de inspraak bij 'Praten met de Staten' liet blijken, zijn er nog onbeantwoorde vragen van onder meer LTO blijven liggen. Dat schuurt met de ambitie van de gedeputeerde en met hoe de SGP naar participatie kijkt. Wellicht hebben we te weinig tijd genomen om het gesprek over het ontwerp UPLG te voeren na de inspraak, in de haast om een document vast te stellen. Kijk bijvoorbeeld naar de brieven van gemeenten die duidelijk maken dat we in de haast wel onze mede-overheden zijn verloren. De inspraak van mevrouw v.R. is hieraan gerelateerd; die me raakte met haar invalshoek op het handelen van de Provincie. Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. 

'De eenzijdige focus in het UPLG op de borging van een enorme stikstofdaling is voor ons een graat in de keel. Als wij niet meer gaan focussen op natuurmaatregelen blijft het stikstofslot volledig bestaan.'

  • De stikstofuitstoot

Vanuit Natuurdoelanalyses en het UPLG lijkt een doembeeld over de stikstofuitstoot geschetst te worden. Het RIVM rekent ons deze maand met de aangepaste Aerius-versie voor dat circa 86% van onze gebieden onder de Kritische Depositiewaarde (KDW) scoort. Dit is na te zien in de stikstofmonitor van het RIVM. Resterende arealen zijn onder meer veenmosrietlanden, blauwgraslanden met hele lage KWD's. Vooral veenmosrietland kent een KDW die fors beneden de achtergronddepositie ligt en daarom ook onhaalbaar is. De eenzijdige focus in het UPLG op de borging van een enorme stikstofdaling is voor ons een graat in de keel. Als wij niet, zoals ik de vorige vergadering betoogde, meer gaan focussen op natuurmaatregelen á la de rotterdamse haven, blijft het stikstofslot volledig bestaan, zie ook de inbreng van Pels Rijcken. 

Zij beredeneren daarnaast ook dat het belang van de Provincie erg groot moet zijn om zulke ver reikende maatregelen te treffen. Gezien het grote areaal onder de KDW scorende Natura 2000-oppervlakken, de goede staat van habitats en de schier onmogelijk (Greenpeace zaak) resterende doelen is het de vraag of dit blijft staan. Pels Rijcken motiveert ook dat de rechter de extreem lage KWD's buiten schot laat, maar dat daar wel aanvullende maatregelen moeten worden getroffen. De zin op pagina 12 van het UPLG is daarom onjuiste en onvolledige informatie. Er is niet opgedragen dat alle KWD's op de urgente lijst behaald moeten worden. De generieke maatregelen roepen tegelijk veel vragen op. Hoe gaat de gedeptueerde om met kunstmest op sportvelden in Veenendaal, binnen 250 meter van Natura 2000-gebied? En als het daar wel kan, waarom dan niet op een boerenland? 

  • Gezonde bodems

Wij vinden het deel over gezonde bodems te vrijblijvend. Een gezonde bodem is een graadmeter voor gezonde natuur. De wijze waarop de bodem gemonitord wordt, is derhalve van groot belang. Wij zullen vanmiddag in de commissievergadering Ruimtelijke ontwikkeling en Wonen dan ook bepleiten dat er een bodemmonitor wordt ingesteld en dat hierop geborgde maatregelen worden genomen in natuurgebieden. Bijvoorbeeld een arme schrale zandgrond waar ooit voor de mijnbouw een productiebos op is geplant, zoals de Kaapse Bossen, heeft geen organische strooisellaag en verzuurt enorm, omdat de bodembiologie onvolledig is en de natuurlijke zuren uit naalden vrijkomen. 

  • Voedselzekerheid

Op pagina 70 van het UPLG staat dat het provinciaal niveau geen zinvol niveau is om over voedselzekerheid na te denken. Voor een programma wat een perspectief moet bieden voor de landbouw, die als sector bijdraagt aan voedselzekerheid in Europa, is dit een buitengewoon tendentieuze zin. Natuurlijk is het onverantwoord om maatregelen te treffen die grootschalig tegen voedselzekerheid in een vruchtbare delta in gaan. Het is niet correct dit op deze wijze weg te wuiven. Daarnaast wordt in hetzelfde kader gesteld dat we meer planten moeten eten. Die stelling is slechts eenzijdig belicht, want akkerbouw is veelal minder goed voor waterkwaliteit en dergelijke.