HomeNieuwsSGP: regionaal voedsel verdient provinciale ondersteuning

SGP: regionaal voedsel verdient provinciale ondersteuning

Publicatiedatum: 14 apr. 2021

Drie amendementen en een motie. Het gebeurt niet vaak dat we zoveel voorstellen indienen bij één agendapunt. Vandaag was het zo ver bij de behandeling van de provinciale Voedselagenda. Een toelichting.

Wat wil de Voedselagenda?

De Voedselagenda en het bijbehorende uitvoeringsprogramma heeft twee sporen: enerzijds wil de agenda stimuleren dat er meer voedsel wordt gegeten uit de korte keten. Oftewel, boeren die hun eigen producten direct aan hun omgeving verkopen moeten gestimuleerd worden. Anderzijds wil de agenda stimuleren dat er gezonder wordt gegeten. 

Wat vindt de SGP hiervan?

Het tweede spoor vinden wij in ieder geval geen taak voor de provincie. Het eerste spoor vinden wij positief en kwam ook al terug in de Landbouwvisie. Goed om hier concrete stappen te zetten. Helaas misten we juist die concrete stappen. De hele agenda en het programma zijn toch min of meer een bundeling van alles wat er al gebeurt. Bovendien is de agenda wel heel optimistisch over de kansen van de korte keten. Alle boeren die wij hebben gesproken geven aan dat voedsel uit de korte keten een niche markt is en waarschijnlijk ook wel zal blijven. De grote massa van de consumenten gaat toch voor de kiloknaller. Bovendien is er ook internationaal veel belangstelling voor het voortreffelijke voedsel dat in Nederland gemaakt wordt.

De makkelijke weg zou dus zijn om gewoon tegen te stemmen. We hebben ervoor gekozen om toch te proberen juist wel concrete stappen te zetten. Daarom hebben wij drie amendementen en een motie ingediend. 

Wat houden de amendementen en de motie in?

  1. Ons belangrijkste amendement Help boeren hun producten aan de man te brengen gaat over de verschillende afzetkanalen die er zijn. Het is voor een individuele agrariër heel lastig om de consument te bereiken met de producten die hij maakt. Hij/zij kan zelf een winkeltje starten, maar daarmee bereikt hij/zij maar heel weinig mensen. Tegelijk zijn er allerlei plekken waar dagelijks voedsel wordt aangeboden. Niet alleen in de supermarkten, maar ook in schoolkantines, bedrijfskantines, in de horeca etc. Voor een individuele agrariër is het heel lastig om hier tussen te komen. Daar kunnen we hen als provincie bij helpen. Door per afzetkanaal inzichtelijk te maken welke mogelijkheden er zijn en door, voortbouwend op de lopende pilot Lokaal voedsel Utrecht van LEADER, agrariërs bij afzetkanalen waar kansen liggen te brengen.
  2. Het tweede amendement Samen sta je sterker sluit op het eerste amendement aan, maar focust op de winst die te boeken is door bundeling van lokale initiatieven. In het Groene Hart heb je bijvoorbeeld het merk STREEK uit het Groene Hart. Onder dat merk wordt zuivel, vlees, fruit, groente en vis uit de provincie aan de man gebracht. Dit zou ook in andere delen van onze provincie kunnen worden ontwikkeld. Maar, daar is organisatiekracht en verbindingskracht voor nodig. Daar lopen zulke bundelingen vaak op vast, terwijl dat vanuit de provincie goed zou kunnen worden geregeld, bij voorkeur via een externe partij die verbindingen kan maken.
  3. Het derde amendement is iets kleiner. Er is op dit moment geen structureel overleg tussen de provincies over de regionale voedselketen. Gevolg is dat iedereen het wiel zelf aan het uitvinden is. Daar kan winst geboekt worden. Het hoe laten we aan de gedeputeerde en de organisatie over, maar dat het moet gebeuren staat voor ons als een paal boven water.
  4. Tot slot de motie: daarin roepen we het college op om zich als provincie Utrecht in de lobby richting Den Haag hard te maken voor een stevige plek voor de korte keten initiatieven in het Nationaal Strategisch Plan in voorbereiding op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en zelf te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om Europese subsidies te laten vloeien naar korte keten initiatieven.