HomeNieuwsSGP over Omgevingsvisie 'Goede richting; belangrijke verbeterpunten'

SGP over Omgevingsvisie 'Goede richting; belangrijke verbeterpunten'

Publicatiedatum: 15 jan. 2020

Inbreng Frans Hazeleger bij de bespreking van de Provinciale Omgevingsvisie:

We hebben lang uitgezien naar de invoering van de Omgevingswet. De filosofie achter deze wet spreekt ons aan: meer bottom-up in plaats top-down, minder regelgeving en meer participatie. We hebben in de debatten wel steeds de vraag gesteld of deze filosofie straks ook daadwerkelijk omgezet wordt in een nieuwe cultuur. Dat is namelijk wel dringend nodig.

Het concept-ontwerpomgevingsverordening ligt nu voor bij experts en bij mensen die er in de praktijk mee te maken krijgen. Wij zijn heel benieuwd naar hun input.

Wat betreft de Provinciale Omgevingsvisie willen we het college allereerst complimenteren voor het feit dat zij goed hebben geluisterd naar de inbreng van de commissie in eerdere vergaderingen.

De Provinciale Omgevingsvisie die nu voorligt geeft een mooie, integrale visie op het ruimtelijk beleid van de provincie. Veel van wat in deze visie staat, herkennen we vanuit ons eigen verkiezingsprogramma. In 2019 voerden wij campagne voor een gezond Utrecht. Dat is ook de benadering van deze Omgevingsvisie. Wat ons betreft een goede en gezonde benadering. Al komt het uiteindelijk natuurlijk aan op de keuzes die daarbinnen gemaakt worden.

Waar we blij om zijn is dat er ruimte wordt geboden om te bouwen. Dat is nodig om de provincie leefbaar te houden. We zijn blij dat het college er voor heeft gekozen onderscheid te maken tussen grootschalige woningbouw, waarvoor een zorgvuldig toetsingskader is opgesteld, en het bouwen voor de vitaliteit van kleine kernen. Om kleine kernen gezond en toekomstbestendig te houden is een geringe groei in het aantal woningen hoogst noodzakelijk.

Als SGP hebben we vijf punten waarvoor graag de aandacht willen vragen bij de behandeling van de Omgevingsvisie.

  1. Een belangrijk punt dat wij missen, maar wat ons betreft wel cruciaal is voor een gezonde provincie is de verbinding tussen landbouw en natuur. De landbouw heeft in de provincie ongeveer 50% van de grond in beheer. Op dit moment wordt de natuur in de visie vooral als concurrerende grootheid neergezet: er moeten speciale gebieden binnen de groene contour aangewezen worden voor hoogwaardige natuur. Wat de SGP betreft, is dat een gemiste kans. We streven met elkaar naar een duurzame landbouw met natuur. Wat ons betreft moeten we daarom alles op alles zetten om de beheerders van de helft van onze provinciale grond in staat te stellen die grond op een duurzame en natuurvriendelijke manier te beheren. Als we die verbinding weten te leggen, ontstaat een toekomstbestendige natuur die gedragen wordt door een toekomstbestendige landbouw. Dat is wat ons betreft gezonder dan ‘hoogwaardige natuur’ zonder drager en een weggeconcurreerde landbouw. In de visie wordt volop verwezen naar de transitie van het veenweidegebied. Echter is er geen concreet pad dat bewandeld wordt, zelfs geen stip op de horizon wat het grote areaal zou moeten worden. Wij zouden graag zien dat er een toekomstperspectief voor het veenweidegebied wordt toegevoegd.
  2. Als we streven naar een gezonde provincie moeten we wat ons betreft in de tweede plaats meer oog hebben voor de binnenstedelijke kwaliteit. Ook in deze visie wordt nog te veel prioriteit gelegd bij binnenstedelijke woningbouw. Op zichzelf is dat een goed streven. Het is goed om binnenstedelijk verwaarloosde panden op te ruimen en daar woningbouw te realiseren, maar het streven naar binnenstedelijke woningbouw dreigt nu te gaan leiden tot een verlies van binnenstedelijke kwaliteit en een forse vertraging van de bouwrealisatie. Wat ons betreft moeten we juist alles op alles zetten om te zorgen voor meer binnenstedelijk groen. Dat is goed voor de gezondheid van het forse deel van de Utrechtse bevolking dat binnenstedelijk woont.
  3. In de derde plaats missen wij een visie op de energievoorziening van Utrecht in 2050. Er wordt in de visie geschreven over zon en wind, gehint op energiewinning vanuit de bodem en vanuit water, maar er is geen onderbouwde visie op de ideale energiemix. Kernenergie en thorium worden niet eens genoemd en ook waterstof heeft een zwaar ondergeschoven positie. Wat ons betreft een gemiste kans om met elkaar te streven naar een gezonde energietoekomst voor onze provincie. Tevens wordt de gehele provincie zonder voorwaarden als geschikt gebied aangemerkt voor grootschalige opwek van duurzame energie. Wij stellen op zijn minst voor om onze burgers te beschermen tegen nadelige effecten van de opwekmethodes en kernlandschappen te beschermen van zonnevelden en windparken. Het is dus aan gemeenten om hier duidelijke kaders te creëren. Wij zouden graag hebben gezien dat de provincie zelf betere kaders had gesteld.
  4. Ook missen wij een toekomstvisie op de auto in onze provincie. OV en fiets krijgen een plek die ze verdienen, maar de auto is helemaal het ondergeschoven kindje. Onze vraag is hoe realistisch dat is. Is de auto in 2050 van het toneel verdwenen? Wij denken van niet. Dan is het wel de vraag hoe we daar dan mee omgaan? Hoe kunnen wij de automobilisten ook in de toekomst ruimte bieden en bij laten dragen aan een gezonde leefomgeving? Op dat punt mist visievorming totaal!
  5. Ten slotte wordt bevolkingsgroei in deze visie gezien als een gegeven. Voor een provinciaal bestuur is dat in zekere zin waar. Toch moeten we niet vergeten dat de bevolkingsgroei in Nederland bepaald niet voortkomt uit een geboorteoverschot. De bevolkingsgroei is dus een gevolg van beleidskeuzes. Ook als provincie mag je bevolkingsgroei wat ons betreft niet zien als een natuurwet, maar moeten er gerichte keuzes worden gemaakt.